Gratis online voertuiggegevens achterhalen

Wil je graag voertuiggegevens van een bepaalde auto achterhalen? Dat kan online via een aantal sites. Je kunt via zo’n kentekentool niet persoonlijke gegevens van een auto-eigenaar achterhalen. Wel zijn de standaard voertuiggegevens zichtbaar.

Websites

Bij welke websites is het gratis achterhalen van een kenteken mogelijk? Er zijn voldoende sites waar je dit kunt doen. Eén van de bekendste sites is www.rdwkenteken.net. Hier kun je eenvoudig je eigen kenteken invoeren en hierna zie je diverse standaard gegevens. Dit zijn veelal voertuiggegevens. Maar ook de datum voor de APK is zichtbaar. Hierdoor zie je wanneer de auto moet worden gekeurd en dat kan van pas komen, want als je een auto wilt kopen en het blijkt dat de APK bijna is verlopen, dan is het niet meteen verstandig om de auto te kopen. Je moet mogelijk een hoog bedrag betalen tijdens de APK en daar zit je vanzelfsprekend niet op te wachten.

Betaalde versie

Bij de RDW is het mogelijk om bepaalde gegevens te achterhalen die je niet via gratis tools kunt achterhalen. Bepaalde gegevens van je eigen gegevens kun je overigens gratis achterhalen, maar voor andere gegevens dien je te betalen. Wil je bijvoorbeeld gegevens van de afgelopen negen jaar inzien, dan moet je een x-bedrag betalen. Het gaat vanzelfsprekend niet om spectaculaire bedragen, maar het is dus niet gratis. Voor het inloggen bij de RDW heb je DigiD nodig. Indien je geen DigiD hebt kun je dit online eenvoudig aanvragen. Dit is gratis en je krijgt per post je inloggegevens.

Renault Twingo: De goedkoopste achterwielaandrijver op de markt.

Renault TwingoIn september komt de nieuwe Twingo van Renault officieel op de Belgische wegen. Het is een van de vurigst verwachte compact auto’s van 2014, en met een prijskaartje van € 9.650 ook nog de goedkoopste in zijn klasse. Achterwielaandrijving, de naar achterin verhuisde motor en een vijfde deur zijn de grootste nieuwigheden voor de Twingo. Dankzij deze veranderingen is het interieur nu 22 cm langer, ondanks dat het volledige karretje 10 cm korter is dan de vorige versie.

Twee motoren zijn beschikbaar in de nieuwe generatie Twingo: de TCe 90 turbobenzinemotor en de nieuwe SCe 70, de atmosferische versie van die driecilinder. Beide versies beschikken over Renault’s befaamd S&S start-stop systeem welke de motor bij verkeerslichten uitschakelt, en zodoende meer kilometers op een liter benzine en minder CO2 in de atmosfeer oplevert.

Er komen vijf modellen van de 2014 Renault Twingo op de Belgische markt.

TWINGO – 2014 » 0.9 TCe Intense S&S (898cc – 90PK) € 13.450
TWINGO – 2014 » 1.0i SCe Hello! (999cc – 71PK) € 9.650
TWINGO – 2014 » 1.0i SCe Intense S&S (999cc – 71PK) € 12.450
TWINGO – 2014 » 1.0i SCe Life S&S (999cc – 71PK) € 10.350
TWINGO – 2014 » 1.0i SCe Zen S&S (999cc – 71PK) € 10.950

Additioneel kan een dakraam voor € 830 worden meegeleverd, en diamant geslepen wiellegeringen voegen € 265 aan de prijs toe.

Standaard wordt de Twingo onder andere uitgerust met ABS remhulpsysteem, ESC met antislipsysteem ASR en vertrekhulp op hellingen, passagiers- en bestuurdersairbag en zijdelingse airbags vooraan, passagierszetel met neerklapbare rugleuning, LED-dagrijlichten, snelheidsbegrenzer, boordcomputer, bandendrukcontrolesysteem en Isofix-bevestiging.
Optioneel is het R-Link multimediasysteem.

De achtergrond van de Renault Twingo.

De eerste Twingo’s werden in 1993 door Renault op de markt gebracht als opvolger van de beroemde R4. De Twingo wist dan ook meteen een leidende positie weten in te nemen in dit segment van de autoindustrie. Een compacte zuinige stadsauto die desondanks meer dan standaard comfort en veiligheid biedt. Twingo is een samenvoeging van de woorden “Twist”, “Swing” en “Tango”. Dit zou volgens Renault de speelsheid en plezier van de auto moeten uitdragen. De eerste generatie Twingo’s is na drie restyle’s (1998, 2000 en 2004) in 2006 vervangen door de tweede generatie van het model. En nu volgt dus de derde generatie, een collaboratie van de Franse constructeur met de Duitse partner Daimler. De nieuwe Renault Twingo kent daarom technisch en mechanisch aardig wat overeenkomsten met de toekomstige Smart van Daimler.

Bestaat de bonus-malus nog voor autoverzekeringen?

Bonus malus systeemEen bonus-malus systeem is van invloed op de prijs van een autoverzekering. Het is erop gericht om voorzichtige autobestuurders te belonen (bonus, in het latijn) met een lagere premie, en de rijders die met hun auto een of meerdere ongevallen veroorzaken te ‘straffen’ (malus) middels een hogere premie. Tot 2004 waren verzekeringsmaatschappijen verplicht een bonus-malus systeem te hebben, en daarbij eveneens verplicht zich te houden aan de door de wetgever vastgelegde schaalverdeling. Deze beide verplichtingen zijn op last van de Europese Unie vanaf januari 2004 niet meer van kracht. Verzekeringsmaatschappijen zijn nu vrij om te bepalen als ze van een bonus-malus systeem gebruik willen maken, en als ze dat doen mogen ze deze naar eigen inzichten invullen. In de praktijk blijken nagenoeg alle autoverzekeraars nog een bonus-malus systeem te hebben, en blijkt de achterliggende gedachte van het systeem nog redelijk overeind te staan. Aanzienlijke verschillen bestaan er wel in het aantal schalen, de premiekorting gekoppeld aan de schalen en de beoordeling tot het plaatsen van een verzekerde in een bepaalde schaal. Meer info op autoassurantie.be: autoverzekeringen vergelijken.

Hoe werkt een bonus-malus schaal.

Een voorbeeld van een bonus-malus schaal met 22 graden voor een BA autoverzekering.

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
  • Vooraf is door de verzekeraar vastgesteld dat graad 11 overeen komt met 100%, de normale prijs voor de autoverzekering dus.
  • Bij het bereiken van graad 0 krijgt de verzekerde de grootste bonus en betaalt slechts 50%, de helft van de normale prijs.
  • Bij het bereiken van graad 22 krijgt de verzekerde de zwaarste malus en betaalt 200%, het dubbele van de normale prijs.

De verzekeraar kan vooraf bepaalt hebben dat voor nieuwe verzekerden het volgende geldt:

  • Indien deze tussen 24 en 30 jaar oud is stapt die normaal in op graad 11.
  • Indien deze ouder is dan 30 jaar stapt die in op graad 8, en zal hierdoor slechts 85% van de normale premie hoeven te betalen.
  • Indien deze ouder is dan 30 jaar en uit diens schadeattest blijkt dat de afgelopen drie jaar geen aanrijding veroorzaakt is stapt die in op graad 5, en zal hierdoor slechts 70% van de normale premie betalen.
  • Indien deze jonger is dan 24 jaar stapt die in op graad 14, en zal hierdoor 130% van de normale premie betalen.
  • Indien de auto gebruikt wordt voor bedrijfsdoelen stijgt de verzekerde 3 graden op de schaal.

Voor bestaande verzekerden kan onder andere het volgende vastgesteld zijn:

  • Bij elk jaar dat schadevrij wordt gereden daalt de verzekerde 1 graad op de bonus-malus schaal. Dit komt neer op ongeveer 5% additionele korting op de normale premie.
  • Bij het veroorzaken van schade stijgt de verzekerde met 3 graden op de bonus-malus schaal.

Noot: Soms kan het voor een verzekerde financieel voordeliger zijn om lichte schade niet te claimen, en zodoende een positieve bonus-malus status te behouden.

Het schadeattest.

Alle verzekeringsmaatschappijen houden een schadeattest bij waaruit blijkt hoeveel schade een verzekerde heeft veroorzaakt in de achterliggende periode (doorgaans vijf jaar). Bij overstap naar een andere verzekeraar heb je als verzekerde het recht dit schadeattest bij de ‘oude’ verzekeraar op te vragen. De ‘nieuwe’ maatschappij zal dit meenemen bij de vaststelling van jouw bonus-malus.

Noot: De bonus-malus is nog altijd de grootste concurrentietroef voor verzekeringsmaatschappijen om nieuwe klanten aan te trekken en oude klanten te behouden. Er wordt dus wel vaker met het systeem ‘gegoocheld’ om tot een voordeligere premie te komen.

Gepersonaliseerde nummerplaten, een goudmijntje voor de FOD Mobiliteit.

Autobezitters dienen voor de overheid al jaren als een prima melkkoe. Na wegenbelasting en parkeergeld brengen nu ook de nummerplaten geld in het laatje. Sinds het ingaan van de versoepelde normen voor het personaliseren van nummerplaten hebben meer dan vierduizend autobezitters een nieuwe combinatie op hun voertuig laten aanbrengen. Met een prijskaartje van 1000 euro voor een combinatie naar keuze heeft dat de kas van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit binnen vier maanden meer dan 4 miljoen euro opgeleverd.

De versoepeling ging op 31 maart in, en hield in dat het aanvankelijk verplichte indexcijfer 9 aan het begin van de combinatie (als aanduiding dat het een gepersonaliseerde nummerplaat betreft), niet meer gehandhaafd hoeft te worden. De nieuwe mogelijkheden zijn vrijwel onbeperkt. De nummerplaat-combinaties hoeven slechts aan een beperkt aantal regels te voldoen. Een daarvan is dat iedere nummerplaat ten minste één letter moet bevatten. En natuurlijk blijft de lijst van bijkans 100 verboden lettercombinaties van kracht. Hieronder bevinden zich naast de afkortingen van politieke partijen ook scheldwoorden in alle drie landstalen. De volledige regelgeving is terug te vinden op de website van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

De codering van de Belgische nummerplaten kent een korte maar turbulente geschiedenis. Na een lange touwtrek over onder andere de kleur van de plaat en het nummer werden in juli 2010 de nieuwe Europese nummerplaten geïntroduceerd, bestaande uit een combinatie van drie letters en vier cijfers. De combinaties kregen de vorm 1-ABC-123, waarbij de voorheen reeds gebruikte combinatie van drie letters en drie cijfers vooraf wordt gegaan door een zogeheten indexcijfer. Het indexcijfer van 1 tot en met 7 was (en blijft) bestemd voor de gewone nummerplaten, 8 was (en blijft) bestemd voor internationale kentekenplaten en 9 was bestemd voor gepersonaliseerde platen.

De nieuwe versoepelde regels hebben reeds tot een aantal opmerkelijke nummerplaat combinatie geleid. “Catch me” op een supersnelle Ferrari, “Mr Bean” op een mini, “The-End” en “Beton” als waarschuwing voor aanstormend verkeer, “Hihihi” en “Hahaha” op de twee auto’s van een overgelukkig koppel en “Service” als slogan op een sleepwagen.

Krijgen vrouwen hun eigen rijstroken in Groot-Brittannië?

Na de succesvolle introductie van speciale parkeerplaatsen voor vrouwen in een aantal Europese landen is in Groot Brittannië nu de discussie aangewakkerd voor het creëren van aparte rijstroken voor dames op de weg. De suggestie komt van Sheila’s Wheels, een Brits verzekeringsbedrijf dat haar autoassurantie producten voornamelijk richt op vrouwelijke bestuurders.

Uit cijfers van het Britse Department for Transport (DfT) over 2013 blijkt namelijk dat er in Groot-Brittannië 114.190 ongelukken gebeurden waarbij mannen betrokken waren, tegenover 70.470 crashes waar een vrouw het stuur vasthield. Toch raakte 53% van de vrouwen bij ongelukken zwaar gewond, terwijl dit percentage bij de mannen op 38% ligt.

Met minstens één speciale roze-gekleurde rijstrook op de grote verkeersaders moeten de vrouwelijke rijders de optie worden geboden om zich te onttrekken aan het overheersend mannelijk rijgedrag op de weg, meent Sheila’s Wheels. Het betreft geen promotiepraatje maar een serieuze poging van de verzekeraar om een genderverdeling te scheppen in het verkeer. “Als de leidende Britse verzekeringsmaatschappij voor vrouwelijke bestuurders menen we de oplossing te hebben voor het creëren van veilige wegen”, stelt Sheila’s Wheels. Het in 2005 opgerichte verzekeringsmaatschappij, welke overigens geleid wordt door een man, zegt dat de oorzaak van ongevallen vaak ligt in het verschil in rijgedrag tussen mannen en vrouwen. Een scheiding op met name de drukke wegen zou beide partijen daarom zeker goed doen.

Los van de praktische uitvoerbaarheid van het idee hangt er ook een aardig prijskaartje aan de roze rijbanen. Sheila’s Wheels berekent zelf de kosten op £250.000 per km en komt zo op een totaal kostenplaatje van £ 880 miljoen, ofwel € 1,1 miljard voor het vrouwvriendelijk maken van het complete snelwegennet van Groot-Brittannië. Daar komt nog het regulier onderhoud bij om de rijstroken permanent roze te houden.

Wat verdienen Formule 1 coureurs in 2014.

De doorsnee Belg zou gaarne in de buidel tasten om een rondje te mogen scheuren met een Ferrari, Mercedes of Red Bull-Renault bolide. De grote jongens uit het Formule 1 circuit krijgen hiervoor jaarlijks miljoenen betaald. Het 2014 Formule 1 seizoen is op 16 maart gestart met de Grand Prix van Australië. De races brengen de rijders naar Maleisië, Bahrein, China, Spanje, Monaco, Canada, Oostenrijk, Groot Brittannië, Duitsland, Hongarije, België, Italië, Singapore, Japan, Rusland, de Verenigde Staten en Brazilië. Het seizoen wordt uiteindelijk afgesloten op 23 november met de 19e GP race in Abu Dhabi. Geen slecht reisplan voor een hobby waar je miljoenen aan overhoudt.

De top tien grootverdieners binnen de F1:

Coureur                               Team                 Salaris
Fernando Alonso (Spa)    Ferrari             € 22.1 miljoen
Kimi Raikonnen (Fin)      Ferrari             € 22.1 miljoen
Sebastian Vettel (Dui) Red Bull Racing  € 22 miljoen
Lewis Hammilton (GB)  Mercedes AMG Petronas  € 16 miljoen
Jenson Button (GB)  Mclaren-Mercedes  € 16 miljoen
Nico Rosberg (Dui) Mercedes AMG Petronas  € 12 miljoen
Felipe Massa (Bra) Williams € 4 miljoen
Nico Hulkenberg (Dui) Force India F1 € 4 miljoen
Romain Grosjean (Fra) Lotus F1 Team € 3 miljoen
Pastor Maldonando (Ven) Lotus F1 Team € 3 miljoen

Opmerkelijk genoeg wordt de lijst van topverdieners binnen de Formule 1 nog altijd aangevoerd door Fernando Alonso, ondanks dat hij voor het laatst in 2006 wereldkampioen werd. Met een jaarsalaris van € 22.1 miljoen deelt de Spanjaard de pole-positie met zijn teamgenoot Kimi Raikkonen. Binnen het team van Ferrari wordt reeds lange tijd vastgehouden aan de politiek dat er geen verschil mag bestaan tussen het basissalaris van de beide rijders.
De jaarsalarissen van de coureurs zijn exclusief bonussen voor het behalen van Grand Prix overwinningen en een positieve eindklassering aan het eind van het seizoen. Zo ontving viervoudig F1 winnaar Sebastiaan Vettel in 2013 in totaal € 29 miljoen van zijn werkgever Red Bull Racing. De Duitser wist naast het binnenhalen van de wereldtitel ook in acht races als eerste over de eindstreep te komen.

Toch bestaan er ook binnen het Formule 1 circus relatief grote financiële klassenverschillen tussen de 22 coureurs uit de elf deelnemende teams. De Zweed Marcus Ericsson en de Japanner Kamui Kobashi die uitkomen voor het team van Caterham F1 zullen in 2014 slechts € 150.000 verdienen.